Poëtisch denken

IMG_5284

Drie weken optrekken met kleinzoon Elias hebben me weer eens geleerd dat er zoiets bestaat als poëtisch denken.

We liepen-klommen door de moeilijkste kloven en hun losse stenen als een zelfgebouwde 4×4 (vier benen, twee handen stevig in elkaar, en als het echt moeilijk werd een zelfgebouwde 6×6, met elk een hand aan de uiteinden om te steunen). Hij was Indiana en ik was mr Jones. Kwamen we Chinese tekens tegen op straat, dan begonnen we spontaan Chinees te spreken, en goed ook. Na een Russisch kinderfilmpje op internet, gekregen van vrienden, spraken we dagenlang af en toe heel keurig Russisch. Ik kocht voor hem een indianenboek, en noemde hem Young Eagle (is dat een leider, vroeg hij, en ik zei, later, wacht maar, dan word je een heel groot leider- en hij knikte ernstig, want dat is een grote toekomst die daar ligt te wachten). We liepen op de richels van gebouwen, we speelden aan tafel schietwedstrijdjes met bolletjes aluminiumpapier, lege waterflessen nodigden zelf uit tot een schermgevecht. De vloer van de luchthaven was special voor kinderen glad gemaakt, zodat ze konden skiën als hun opa hen voorttrok. De verwondering om de grote baobabvruchten, en hoeveel je er in je handen kunt houden. De spanning om de kroko’s die daar onder water zitten maar zich niet laten zien. De liedjes die je kunt zingen (“It’s raining, it’s falling, the old man is snoring”) en het genot dat je dan door je keel en hoofd en buik voelt trekken. De liedjes in de eigen talen die je kunt uitvinden, en dat je dan iets kunt ervaren als trots, en dat ook mag zeggen.

IMG_5285

Wat is dat poëtische denken waar kinderen nog een overvloed van bezitten?

De gave om in momentjes te denken, en die te proeven als pralines, en te glimlachen voor het cadeautje. En dat die momentjes niet voorthollen, maar eerder huppelen, of een ander soort dansen hebben om voorbij te komen.

De gave om de wereld als elke keer nieuw te voelen. Héhé, wat is dit, en spontaan opzij gaan staan om het nieuwe toe te laten (een zich vergeten waar grote mensen zich voor in het zweet moeten dansen, of grote kunst voor moeten gaan zien of horen).

De gave om al die werelden spontaan met elkaar te verbinden. Het ene stuk wereld is niet te beroerd om zich op te houden met het andere, groot en klein bestaan niet echt (zoals Toon Tellegen begrepen heeft met zijn dierenverhalen), ver en dicht ook niet. Een klein steentje kan beeld zijn van een woestijn, zei mr Jones tot Indiana, en ze keken elkaar heel verstandig aan.

De gave dus én om even stil te staan, én om dan mee te bewegen, mee te dansen. Mee te zingen (met de liedjes is het makkelijk, met de vogels veel moeilijker, behalve met die kromkrakende kakatoes).

De gave dus om uit de tijd te stappen alsof het niets is. En dan er weer in, want de wereld draait voort, en er is weer iets nieuws te zien, of je moeder roept dat het eten klaar is.

IMG_5651

 

Advertenties

On the road (2)

Op aanvraag: nog wat prentjes over onze Oz-trip. Het is dan ook een andere wereld: af en toe een mens, die voor zichzelf moet leren zorgen; wilde paarden, die beschouwd worden als een plaag, net als de kamelen, de wilde honden en varkens, een agressieve giftige geïmporteerde kikkersoort, enz (de draden die je op de foto ziet, houden de paarden niet tegen, ’s nachts liepen ze tussen onze auto’s); de road trains (op de weg maak je best plaats voor hen); de boompjes die er veel te veel jaren over doen om een beetje hoogte te hebben; de rode en soms grijze aarde; al dat opwaaierende stof; het veel te felle licht (dat ik onderschat heb, een polaroidfilter zou mij hebben geholpen); de tropenwarmte, die je met een zekere lijdzaamheid moet ondergaan; versleten rotsen (Oz is ongeveer het oudste continent in de wereld, liggend op zijn eigen tectonische landplaat); de vleermuizen; de vreemde vogels; de ‘stille’ kleuren; de avond die in een handomdraai het licht uitdoet; het diepe zwart van de nacht; de gesprekken die je dan voert…

En tussendoor toch plekken waar de mens zijn eigen opvallende sporen trekt. We sliepen op een natuurparkcamping, aan de rand van een riviertje met heerlijk warm water dat zomaar en overvloedig uit de grond welde. Op een bord de mededeling dat we op aboriginalgrond mogen slapen, omdat ze de geest van het warme water met ons willen delen. Maar soms worden bezoekers geweerd en wordt het terrein een initiatieplek voor meisjes die vrouw worden, begeleid door de volwassen vrouwen. Eén blinde, oude man mag aanwezig zijn, om voor de muziek te zorgen bij het dansen.

Het blijft een verborgen wereld, die van de aboriginals, zeker voor passerende mensen zoals wij. Maar ook voor de witte Ozzies, die na de schande van de “kinderroof” van de vorige eeuw (inheemse kinderen wegnemen van hun ouders om ze een blanke, zogenaamd “betere” opvoeding te geven; cfr wat er gebeurde in USA en Canada) nu nog altijd moeite hebben met die donkerzwarte medemensen: ze lijken zo verdomde passief, zitten hun uitkeringen uit in het gras, zo lijkt het wel. Onbegrip regeert overal. Armoede ook. Maar hoe is het mogelijk, vroeg ik mij af, dat niet gevormde mensen zulke prachtige abstracte schilderijen kunnen maken. Duizenden jaren leren overleven in dit onherbergzame continent heeft blijkbaar in hen een heel delicate esthetiek wakker gemaakt.

Toch komen we aboriginalinitiatieven tegen: twee blanke verplegers, man en vrouw, die werken voor een aboriginal ziekenfonds (stel je de kilometers voor die hun jeep per jaar moet afleggen); aborginal campsites en roadhouses en natuurparken en ook zoiets als vrouwenpraatgroepen (ik zag een affiche hangen). En wellicht nog zoveel meer. Misschien zijn die graszitters wel de arme buitenkant en is een meerderheid van hen overdag gewoon aan het werk. Ik hoop het.

Hoe dan ook, het waren heerlijke weken. De warmte kwam niet alleen van de tropenzon van Noord Oz, of van die sterke, zachte, soepele, felle 4×4, maar ook van weer eens een lichamelijk bad te kunnen nemen in de blikken, de woorden, de gebaren, de stappen, het ademen, de aanrakingen van wie normaal zo ver weg is…

On the road

De voorbije drie weken op bezoek bij zoonlief en gezin in Oz. Een geweldige roadtrip in het tropische Noorden van Australië, waar het nagenoeg constant 40° was, en gelukkig nog niet het begin van de wet season, met zijn stortvloeden uit hemel en op de grond, en zijn rondzwervende krokodillen. Nu reden we twee weken glorieus rond in een Toyota 4×4 om van te houden, zo soepel, sterk, zacht en clever is die auto. De onverharde wegen, met hun wasbordoppervlak, namen we alsof het niets was.
Eindeloze kilometers in een eindeloos land, tot waar er een campside was bij een roadhouse, of in een natuurpark. Op tijd die tent uitklikken voor het donker pardoes valt. Op tijd eten en drinken voorzien, ook voor de auto. De krekels, slangen, vleermuizen zullen je niet komen helpen als je niet hebt opgelet. De spaarzame mensenplekken wel. ’s Morgens een heel nieuwe muziek van onbekende vogels, soms heel melodieus, soms krakend lelijk, zoals de droge keel van de kakatoes.
Een wild, onontgonnen land, dat Noorden, omdat het de helft van het jaar onderloopt, en de andere helft uitdroogt. Met een heel eigen kleurenschoonheid, allerlei verdofte aardetinten, allerlei variaties in bleek en droog… Majestueuze baobabs.
Een niet te vatten hoeveelheid tijd hier, in de eindeloosheid, maar ook in de verweerde rotsen, en zelfs in de gezichten van de aboriginals, de oudste nog levende mensencultuur op aarde…

Slaapliedje

IMG_8843

Vykintas is de man van een dierbaar nichtje van mij. Komt uit Litouwen, leeft in het Leuvense, is componist en lesgever. Luister eerst even naar deze prachtige muziek: Eine kleine Nachtmusik für violin. En lees dan mijn gedicht. Of omgekeerd. Of tegelijk, als dat lukt. Die ruimtelijkheid. Dat verstillend blijven ademhalen, zoals in een echte slaap. Dat vertrouwen…

 

   Slaapliedje
   (voor Vykintas Baltakas)

Eén vogel is genoeg
om de avond
helemaal leeg te drinken

Eén leeuwerik
om het blinde zomerlicht
helemaal op te spannen

Eén mus die tsjielpt
om verloren momentjes
weer aan elkaar te naaien

Eén mees op een tak
om te weten dat
kleur kan zingen

Eén uil in de nacht
om te geloven dat donker
je ook kan aanraken

Eén toon van de viool
om te begrijpen
hoe groot de ruimte is

Eén slaapliedje
om te voelen
hoe voorzichtig een lichaam

Eén stilte
om je ogen
dicht te doen

 

 

 

Het licht is rond (Pierre Kemp)

IMG_3389

 

Het licht is rond

Het licht is rond en rolt naar alle kanten
de bergen op en af, de dalen door,
de wezens in en uit en langs de planten
stijgt het de bomen in en gaat het alles voor.
Waarheen? Ik vraag dat niet, ik kom, ik ga,
omdat mijn handen en mijn voeten,
mijn ogen en mijn hart zo moeten
en ik het licht nu eenmaal zo versta.

Pierre Kemp

Licht

IMG_4267-001


“Ah Mitteke, zie na toch da licht, het is gelak muziek,” roept Pallieter tegen zijn Marieke. Ik roep het vandaag in mijn hoofd, dat ook glimlachend kan luisteren.

Want de morgenzon heeft zijn spots op volle sterkte open gezet. Het lijkt wel of de lucht er tastbaar door wordt. Bijna geblazen glas. Ook ‘s avonds kun je de lucht aanraken, als ze vochtig wordt en je lichaam vanbinnen zachtjes afkoelt. Nu is ze reuk- en smaakloos, en staat daar als één groot blok aanwezige doorzichtigheid, maar even levend als het glas van mijn ogen.

Maar ook het kleine licht vraagt om gezien te worden. Op buurmans dak staat het licht, op de rand van elke dakpan, in kleine likjes mooi onbeweeglijk in het gelid.

Op de kerselaar voor mijn raam hebben sommige bladeren een felle verflaag licht gekregen. Andere bladeren worden er doorschijnend van, en nog andere blijven hun eigenste donkergroen.

Maar als ik nog eens kijk, zie ik hoe er ook op die laatste bladeren licht ligt. Een soort dof zilver. Het is mooi verdeeld: omdat elk blad een klein dal is, ligt het zilver op de ene helling en het donkergroen op de andere helling.

Maar scherp gescheiden is alles niet. De boom houdt van bewegen, staat geen moment stil. En je ziet de bladeren van onderen, van boven, je kijkt erdoorheen, en telkens veranderen ook de laagjes licht mee.

En ook de schaduwen zijn, in die felle toneelspots, zo veel meer aanwezig. Kleine struiken, die normaal niet willen opvallen, werpen nu een scherpe schaduw breeduit over de straat, agressieve autobanden of niet.

Terug naar de grote lucht. Die heeft zich, op vraag van het licht, helemaal wolkenvrij gemaakt. Een mooi gebaar. Nu kan dit zelfbewuste morgenlicht zich onbeperkt uitrekken. En nog eens uitrekken. Genieten van de soepelheid van dat grootste aller lichamen.

Ik moet zeggen, het is een rimpelloos, glad en glanzend strak lichaam, in onberispelijk gesneden blauwe stof (een kleed of en pak, daar ben ik niet uit…).

Maar ik verkies toch licht dat in de weg gelopen wordt door wolken. Dat met die eeuwige nomaden een robbertje trekt en duwt. Tot je soms die brede balken licht kunt zien, die door de wolkenmassa geduwd worden en stevig een grote hemel willen dragen. Ai Mitteke, wat is dit mooi. 

Ik probeer even het kloppen van mijn bloed stil te leggen en heel hard te luisteren, of ik iets van dit licht kan horen. In de verte klinken vage auto’s, ik hoor een paar stemmen op straat, een paar vogels in de lucht. En dan, ja ik hoor een heel licht schuren, zo lijkt het wel. Een heel langzaam en licht zwellen.

Maar ik heb, als mens, zwakke oren. Dat is nu eenmaal zo. En het wordt er niet beter op met ouder worden. Daarom ga ik met mijn gezicht in de zon zitten. Het warme licht begrijpt wat ik wil en komt met een grote vinger voorzichtig aan mijn voorhoofd, mijn slapen, mijn oogleden, mijn oren, mijn mond. Het is een mooi gebaar, dat heel rap doorverteld wordt aan de rest van mijn lichaam…

 

 

 

Madonna’s

Otto Dix: Visitatie Maria

Ik spaar Madonna’s. Een hobby is het niet, en sparen is veel gezegd. Maar als ik in een museum een Madonna zie afgebeeld, ben ik extra nieuwsgierig. Hoe is die jonge vrouw, met haar uitzonderlijke geschiedenis, deze keer afgebeeld? Vergeet nu even de clichébeelden van blauw en wit, en beaat gevouwen handen, en schuin kopke. Zo is Maria niet, is ze nooit geweest. Je zal maar een zoon hebben die zo opvalt, zo openbaar tekeer gaat. Hij mag dan nog zo slim zijn, pakken zullen ze hem, dat voelde ze al van in het begin. Dat is niet uit te houden voor een moeder. Dat is, zoals bij onomkeerbaar verslaafden, de kroniek van een aangekondigde dood. Je sterft dan zelf mee.

Nee, boeiend wordt het pas als schilder of beeldhouwer het clichéjuk van zich afgeschud heeft, zich ingeleefd heeft in dat jonge meisje op wie de geschiedenis viel. Per slot van rekening heeft ook zij of hij een moeder gehad.

Ik weet het, de bijbel is mensenwerk, verhalen die werden bewaard, aangevuld en doorverteld. Maar leven krijgt pas betekenis als het een verhaal wordt. Als er verbanden worden gelegd. Als er verwachtingen ontstaan die diepte uitgraven. Als al die lichamen meer worden dan biologische toevalligheid.

Daarom kijk ik naar de vele gezichten van de Madonna’s die ik ontmoet. Hoe ze hun verwarring dragen, hun vreugde van moeder zijn, hun hele eigen moedersterkte, hun stille wachten, hun felheid. Soms zijn ze zo klein en kwetsbaar, de Madonna’s, en dat raakt me. Soms zijn ze donker van verdriet (in de Brusselse Kapellekerk staat in een zijkapel een Spaanse Nuestra Signora de la solidadvolledig in het zwart aangekleed, met een tekst van Michel de Ghelderode erbij, een van verdriet gestorven nog levende vrouw; ze raakte ons in haar verstarde pose; aan Madonna’s met een resem zwaarden in hun hart lopen we voorbij).

Soms is elke geslagen moeder een Madonna, zoals bij Käthe Kollwitz. Soms hebben ze een merkwaardige innerlijke kracht, dan moet ik denken aan de Madonna die het Magnificat uitsprak, die revolutionaire omkering van de verhoudingen in deze wereld: verheffing van de minsten, omverwerping van alle machtige tronen…

In Colmar (Otto Dix) zag ik een Madonna die terugdeinst voor de boodschappende engel. Dat was zo echt: hoe zou een jong meisje zo’n vreemde boodschapper moeten vertrouwen? En misschien heeft ze al meer gezien dan goed is voor haar leeftijd, weet ze al hoezeer vrouwen het slachtoffer worden van mannen hun grootse plannen?

Van Ann Veronica Janssen zag ik in het SMAK een gezichtloze Madonna, met een dode Jezus in haar armen. Waar haar gezicht moest zijn, was het één rode vlek, alsof zij bleef bloeden, een stijf dood lichaam tegen haar aan. Ik moest denken aan de Moeder van Smarten die ik zag in het Rijksmuseum: een beeld waar de shock in de opengesperde ogen ligt, en er nooit meer uit weg zal gaan. Een blik die wil weglopen en het niet kan.

Zo zijn mijn Madonna’s: ze vertellen het leven zoals het is. Ze vertellen van pijn, maar ook van een groot geheim dat geboorte is. Ze vertellen een verhaal van leven en dood, en hoe dat achterblijft op een mensengezicht, in mensenogen. Ze zijn een vraag, een blijvende vraag voor al wie naar hen kijken wil.

ann veronika janssens

Smak

verona: duomo Verona

trento

Verona

1-IMG_1564

Alte Pinakothek München

IMG_1555

Alte Pinakothek München

Moeder van smarten (Rijksmu)

Rijksmuseum A’dam

St Nectaire

Auvergne St Nectaire

Ronzière

Auvergne Ronzière