Rimpels

 

IMG_3260

Sommigen verfoeien ze, maar ik heb het nogal voor rimpels. Zo’n glad jong gezicht kan prachtig glanzen. Zo’n jonge dij heeft de perfecte spanning van haar materie, kon evengoed van marmer zijn. En, niet te vergeten, de niet te overtreffen glooiing van zo’n blote schouder. Vele hemels nog aan toe, die gratis uitgedeelde schoonheid, in al die zomerbroekjes en onder die zomerkrullen, ze geeft een mens de illusie dat Plato gelijk had, dat er een hogere orde bestaat, en dat we daar soms wat glimpen van kunnen zien.

Maar die hogere orde is soms ook saai. Heb je één volmaakte wang gezien, heb je ze allemaal gezien. Daarom heb ik het nogal voor rimpels. Want wat is een rimpel? Een rimpel is het begin van een brief. Op al die perfect gelooide huid is meester tijd beginnen schrijven. Ongevraagd, zeker, zoals de maestro altijd zijn zin doet, ongevraagd. Maar wat een handschrift. Soms absoluut verfijnd, schoonschrift uit d’oude tijden, galante streepjes aan de ogen, of sierlijke krullen als iemand lacht. Soms ruwer, met bredere halen, spijkerschrift rond de ogen, blokletters rond de mond.

En wat een verteller! Aan sommige gezichten zou je willen vragen: vertel eens, maar onze maatschappij heeft niet graag dat je mensen te direct aanspreekt. Soms komt een hele roman voorbij op straat, en dan vind ik het altijd jammer dat ik zelf ook aan het stappen ben, wilde ik op een terrasje zitten om wat langer te kunnen bladeren in wat ongetwijfeld een razend knap boek is. Nog beter is als de roman zelf op het terrasje komt zitten. Of naast je staat in de tram. Want rimpels willen gelezen worden, dat weet ik wel zeker. Liefst door veel meer mensen dan alleen dat ene gezicht ’s morgens in de spiegel. Ook door wat ongevraagde mede-terrasiers. Of door kinderen, zoals die dwars door iets of iemand kunnen kijken. Liefst van al door een gezicht heel dichtbij, en een fijne vinger die voorzichtig de inhoud van de brief volgt, en, wie weet, luidop voorleest…

*

(Foto: vrouw, suppoost Hungarian Open Air museum in Szentendre. En W.H.Auden, de Engelse dichter. Twee geweldige gezichten, dank zij hun rimpels. En hun blik, ook.)

auden gezicht

Advertenties

Duivenveren hemel

1-IMG_1330

“Een duivenveren hemel”, schrijft Bloem ergens. Deze dichter kon zich verliezen in stramme klagerij, maar dit is mooi. Ik heb de jongste dagen nogal wat duivenveren hemels gezien. Dat grijs met zijn vele schakeringen, zo vlug veranderend, als een duif waar bewegend licht op valt of zelf in volle vlucht.

Straks, nog effe slapen, is het zomer en dan schrijft Bloem over een “fulpen zomerhemel”. Dat moest ik opzoeken. Fulpen betekent van fluweel en kan, inderdaad, alleen maar in de zomer, als er overvloed is. Fluweel is overvloed: zacht, diep glanzend, bij elke aai weer een nieuwe streep glans. Lente is schoonheid aan de oppervlakte: spikkeltjes groen in de bomen, bladeren die zo fris nieuw zijn als jonge kinderen, de eerste zachte winden. Zomer is verzonken, rijp zoals een peer rijp kan zijn, voldaan zoals je na een maaltijd voldaan kan zijn, of na een lichamelijke inspanning, of na een lang gesprek. Herfst is weer oppervlakte: er komt iets naar boven dat anders verborgen blijft: de kwetsbaarheid van levende wezens, hun doorzichtigheid, hun onbevangen kijken, hun stilte. En winter is wanneer alles toegedekt wordt: met regen, windvlagen, sneeuw en meest van al nog met een duivenveren hemel…

Waaierweten

IMG_5028-002

Let op, deze foto kan levens redden!

Als je straks, in vakantiemodus, een vrouw ziet die je traag voorbijloopt en haar waaier open in haar linkerhand draagt, wees dan geen totale onbenul, maar weet dat ze eigenlijk zegt: come and talk to me.

Als je integendeel wat teveel op hebt en dreigt lastig te worden, weet dan wat ze wil zeggen als ze de waaier op haar linkeroor plaatst: I wish to be rid of you…

Hé, geen dank voor deze hulp. Ik ben altijd al geroemd geweest voor mijn medemenselijkheid.

Stijl

Largo Trindade Coelho

Wat is dat toch, dat stijl een mens blij kan maken. Ik wil niet dikkenekkerig doen, maar ik merk dat sommige zinnetjes van mij blij maken. Wat is dat genot dan?

Laten we afspreken, want vandaag is stijlloosheid ook al een stijl. Men denke aan de lompigheid van Farage en andere luchtzakken, of aan de brutale vlerken van GeenStijl, of aan het genie Trump.

Laten we dus afspreken: stijl is die plotse perfectie die het leven kan tonen. Het onderwerp hoeft niet perfect te zijn, het tonen wel. En het is die plotse, speciale glans die blij maakt. Ik zag ooit een jonge vrouw voorbij gaan, op zo’n manier dat ik ademloos bleef toekijken, en pas als ze weg was dacht: dit is dus elegantie. Stijl is die pass van Kevin De Bruyne tussen vier verdedigers door, scherp aangesneden, onverwacht in zijn keuze, hogere wiskunde. Stijl is de grote boom die perfect ovaal is kunnen uitgroeien in alle lucht rondom hem, tot blijdschap van Lieve. Stijl is die tekenlijn van Picasso. Er zijn veel designers, maar slechts af en toe zie ik iets dat mij blij maakt. Er zijn veel schrijvers, en sommigen kunnen indrukwekkende verhalen vertellen, en je meeslepen tot het einde. Maar slechts bij de echte stilisten voel ik mijn hart opspringen. Er zijn veel vlotte sprekers, maar bij heel weinigen ervaar ik stijl: die prachtige klank van het Nederlands, in zijn volle klinkers, soepel in zijn zinsbouw, thuis in die uitzonderlijk rijke woordenschat die wij hebben. Ach, waar zijn de grote sprekers die je van trots doen blinken dat ook jij die taal kent en spreekt?

Daarmee heb ik iets pogen te zeggen over stijl. Maar wat is dan die blijheid? Dat je aangeraakt wordt in je lichaam, en niet alleen in je hoofd? Dat er ook in jou herkenning zit van die stijl, dat stijl dus ook in jou zit? Jij, een wezen van, en voor beetjes perfectie? Het moet haast, anders was je niet zo blij als je die stijl ziet opglanzen, inderdaad. Stijl doet dus ook iets met het beeld dat we van onszelf rondzeulen: het maakt ons mooier in onze eigen ogen.

Potverkloffie toch. Yeppieyep. Wis en waarachtig. Amen.

*

(foto: toevallige choreografie van vier stappende dames in Lissabon…)

Van woorden en zinnen

 

IMG_5997

In de tuin: Sander denkt een vlindertje te zien en vertelt hoe vlinders uit een cocon komen.
Ik: van wie heb je dat woord geleerd?
Hij: van juf Barbara.
Ik: aha, dan leer je veel van juf Barbara.
Hij: ja, daar zijn juffen voor.

In april, met andere kleinzoon Elias. We vinden, op wandel in Kerkem, Vlaamse Ardennen, een stukje gebakken steen, allicht een stukje dakpan, met allemaal lijntjes op, onder elkaar. We besluiten samen dat we een geheimbrief vinden, met een boodschap op van een taal die nog ontcijferd moet worden. Misschien wel een boodschap aan Elias zelf! We proberen haar te lezen. Vreemde klanken komen uit onze mond, maar veel verder raken we niet. Hij houdt de rest van de wandeling het stukje steen in zijn handen, of geeft het aan mij om bij te houden. Het voelt warm aan. En ligt nu in onze keuken nog altijd mysterieus te zijn, onopgelost, en toch zo dichtbij.   

IMG_6200

IMG_6838-001

 

Onderweg

 

Warschau

Onderweg

On the road, en het speciale geluk dat dat geeft
Drienotenvogel
Luisteren of de mussen wel de l uitspreken in tsielp
Drie boerderijen op de rug van een berg
Zullen we ooit volledig ronde keien vinden?
Onthouden klinkers makkelijker dan medeklinkers, of juist moeilijker?
De schoonheid van een bocht in de weg
“Cette obscure clarté qui descend des étoiles…”
De man met de volledig gekromde rug, na korte tijd uit de groep gepikt en gefusilleerd, wiens geraamte jaren het bureau van de directeur van het pathologisch gebouw heeft versierd (Sachsenhausen)
De mobiles van grote bomen
Stilte: luisteren naar iets dat zelf ook luistert
De herinneringssmaak van rijpe tarwekorrels in hun droge halmen
De schoonheid van blote muren
De dood als uitgemergelde naakte oudere vrouw, met netkousen en jarretels en hoedje en verleidelijke blik over haar benige schouder, en haar doorzichtige tule rokje dat opwaait als bij Marilyn Monroe (Félicien Rops, Namen)
Pointillistisch: het eerste groen in de lente
De regen als groothandelaar: met bakken ineens
Een jongen rijdt heen en weer door plassen zo groot als parkeerplekken, crossen, remmen, schuiven, draaien, keren, staat dan plots stil, legt zijn fiets op de grond, neemt zijn ene laars, hoog in de lucht en giet hem, als een volleerd acteur, voor een onzichtbaar publiek, langzaam uit
Lange oude Britse mannen die als riet voorbij wiegen (vaak met volle kop grijs haar, ook als riet)
Verten: lopen in de hemel
De roofvogel die, prooi in zijn klauwen, optrekt als een vliegtuig
Rechtop slapende paarden
Kleine oudeboekenwinkeltjes en hun unieke geur
Warme avonden, met strepen kleur
Hoofddoeken voor de vrouwen (als in mijn kindertijd)
De gek aan het vervallen spoorwegperron, die telefoneert met een maïskolf aan zijn oor
Het zwijgen van een beginnende avond
“Heureux qui comme Ulysse a fait un beau voyage”

 

pasen engeland 022