Essay over het kleine (11)

IMG_3114


Essay over het kleine

11
Warmte

In de koepel van Firenzes dom is de steen
waar ik mijn hand op leg, bijgeschaafd
tot hij de hele kerk optilt
en nog de lucht daarboven
en nog mijn hand wat warmte geeft.

De arm waarmee de oude vrouw
een kaars ontsteekt. Die arm beeft.
Maar de kaars brandt door het duister van de kerk.
Of hoe de dingen mensen iets lenen
dat hun leven redden moet,
voor even, toch.

Buiten op het plein ziet de oude man
al die meisjesbenen in één richting
stappen, lopen, fietsen. Er is
een glans die hem week maakt.
Even voelt hij aan zijn wang.
Zijn warme huid weet alles nog.

Klein houdt het grote beter vast, dat is het.

Essay over het kleine (10)

IMG_4564 Engel als wolk, gezien in Bergues (N.Fr)

Essay over het kleine

 

10
Iets over de kleine goden


De kleine god in wie droomt, met langzame ogen
staart en starende weet dat het goed is.
De moeiteloze god in de hond die zijn bochten rent.
In de feilloze adem. In de acrobaten van voeten
die de wereld telkens weer een stap verder duwen
haast vanzelf, als alle grote kunst.

De kleine god die van luisteren een meesterwerk
heeft gemaakt, warme leegte
die zegt dat het goed is, nog voor ze
iets heeft gezegd, misschien zegt ze wel niets,
soms is verbeelding genoeg, daar is hoop
sterk in, even weglopen van de werkelijkheid.

De god van het vel is een stille, fluistert slechts.
Zie de eenzame die over zijn voorhoofd wrijft, hij hoort
misschien een lichte ruis, als hij zo lang durft wachten.
De god van het vel is een verlegene, een voorzichtige,
dat is wat men in de boeken wijsheid noemt.
Elke aanraking is nog van de eerste schepping.

En als de huid oud wordt in kleine scheurtjes
of platgetreden wordt door pijn, krimpt de god
die haar droomde, die haar glans gaf, mee
zelf zo naakt, huidloos, onbeschermd.
De kleine god van de huid weet als geen ander:
elk verlies is nog van de eerste schepping.

Wint het verlies? Achtduizend shintogoden reizen
verborgen  door de wereld, raken ons aan en
redden ons, schrijft Borges. Misschien
houden de aanrakingen nooit op, worden ze
doorgegeven aan andere goden, andere handen.
Bewaren, dat doe je met velen.

 

 

Essay over het kleine (9)

Moulins

 

Essay over het kleine 

 

9
Klein heelal


Boeken gapen niet, krabben zich niet in het kruis
schreeuwen niet dat hun navel geld waard is
grijpen niet naar borsten en billen
drinken zich niet lazarus.

Nee, boeken zijn astmatische wezens,
Ingeklemd tussen planken halen ze
met moeite adem, een adem van stof en
vergeeld zonlicht en winterslaap.

Ze wachten, zo zijn ze gemaakt, om te wachten.
Tot iemand zijn oog en vinger langs hen
laat gaan, hen uit de beklemming tilt
en een stem de eerste woorden hoort zeggen.

Een stoel kan ook wachten, maar dat
is dienstbaarheid, aangeboren goedheid
die de wereld al zo lang draagt.
Een stoel, een tafel, een bed, een deur.

Maar boeken hebben een heel leven om
voor te zorgen, om in leven te houden.
Boeken weten dat de wereld zich niet
in vorm likt, maar in vorm praat.

Boeken zijn gestolde dromen, woestijnreizen
wiegeliedjes van toen je kind was.
Ze herinneren zich alles, ze weten alles
en altijd weer het geduld van hun stem.

En dat alles omdat iemand ooit
een klank niet meer in de lucht tekende maar
op de grond, in het zand, op schors, een muur
en zag dat die klank bleef, bleef klinken.

Zo haalt wankelmens zich moeiteloos
andere stemmen, verhalen, werelden binnen.
Zo plooit hij zijn vel moeiteloos naar buiten
laat het spoor achter van zijn ijle bestaan.

Boeken vertellen beter dan je stoutste dromen
liggen dichter in je arm dan een trouw lief.
Hun liedjes maken je hoofd tot een klein heelal.
Zo geleerd als ze zijn, willen ze toch naar je luisteren.

Bomen communiceren met onderaardse wortels.
Boeken zijn bovenaardse wortels, ze leven
van licht en droogte, en voor de rest
is hun snelheid weergaloos: Montaigne

draait zijn hoofd om als ik zijn boek open
en in het knisperen van de omgeslagen bladen
weten we niet wie nu luistert naar wie
hij of ik, we proberen een gesprek.

Boeken zijn een protest tegen de dood.
Zelfs de onooglijkste schilfer herinnert
zich nog hoe het verhaal begon, of afliep.
Als een boek wordt verbrand

is er in hun grote familie altijd
een neef of nicht die het wel overleeft.
Althans dat hopen boeken, ze vertellen niet
van de smart van onherroepelijkheid.

Ze houden niet van tijd die afsnijdt.
Boeken houden van omkeerbaarheid,
van herbeginnen, van herlezen, van
doorvertellen aan nieuwe kinderen.

Maar soms, naarmate de jaren zwaarder wegen,
willen ze verbleken, een schaduw die opdroogt
een stem te hees geworden, geduld
dat zichzelf had overleefd.

En zelfs dan sterven hun woorden niet,
zijn ze voorzichtig weggegaan en hebben ze
een nieuwe thuis gevonden in de keel van vreemden
en een onbekende hand die hen opschrijven wil.

 

 

 

Essay over het kleine (8)

IMG_4546

Essay over het kleine

 

8
Willen

Walt Whitman wou een van de grassprietjes zijn.
Dat is ontelbaarheid ervaren.

Nescio schrijft over een dokter die
40 jaar lang elke dag dezelfde wandeling maakt.
Dat is zoals een eik groeit.

Vermeers melkmeisje wil alleen nog dit:
de witheid van de wereld uitgieten
zonder te morsen, dat wil zeggen zonder ooit nog
herinnerd te worden aan wie ze is.

 

Essay over het kleine (7)

IMG_0086

Essay over het kleine

 

7
Smelten

 

John Berger, de schrijver, zat op een berghelling
in de Franse Alpen, er stonden drie perelaars
tussen de glooiingen, er lag
een verte van hooi die hij goed kende.

Er waren winden die tegen elkaar
op gleden, een ruimte van blauw stond
vederlicht op het dal en de bossen
en de bergen, en zijn eigen adem.

Plots, zoiets overkomt je, werd alles nieuw.
Het begon dat hij zich bekeken voelde, diep
bekeken voelde. Hij herkende die blik.
Zo keek zijn vrouw soms naar hem.

En dan kwam alles in beweging,
perelaars en het veldje van hooi
en de bergwanden, en het blauw.
Alles zette een stap naar hem toe

en nog een, en nog een, en hij, hij was daar
al niet meer, hij was van overal, zegt Berger,
die blik had alles veranderd. Dat was liefde, zegt hij,
en hoe je daarin vederlicht kunt smelten.

Essay over het kleine (6)

IMG_2477

 

Essay over het kleine

 

6
Bewijsmateriaal

Het kleine wiegen in de gordijnen
Een stem die je naam zegt
Een oud boek met een briefje in
De eerste slok
Alle soorten geel in de tuin
Het wegdrijven van straten
De perfecte broodkorst
Schaamteloos kijken
Miniaturen in stenen
Het mooiste roest van de dag
Een neuriënd huis
Schaduwen in een hals
Nescio’s kleuren
Het leenwoord
Terugwandelen
De lijster hoog op de avond
De lichamen van de morgen
Weer kunnen slikken
Puur toeval
Trage boten
Het juiste potlood
Dromen van Japan
De vergeten piano

Zoveel bewijsmateriaal

Essay over het kleine (5)

IMG_3782-002

Essay over het kleine

 

5
Goed leggen

En ook het grote vernietigen weet niet dat
een mens maar per stuk verwoest kan worden
dingen taaier zijn dan hun makers
één enkele steenbrok genoeg is om
de waarheid te vertellen.

Het grote vernietigen kent de vreugde niet
van weer een goede zin, een juiste foto,
een kind dat leert lezen, de wonde die
dichtgroeien wil, gegroet aloude wil.

Het grote vernietigen raakt zichzelf
zo vlug beu, en moe. Je kan
pijn en dood niet blijven heruitvinden.

Maar de trillende hand die een deken
over een dode legt, als een eerste grafsteen,
toont weer dat mensen
kinderen zijn van eenzelfde lichaam

stelpen willen en geboren laten worden
schoonwassen en weer thuisbrengen.
Het grote vernietigen weet niet dat zelfs
het kleinste correct uitgesproken woord
de wereld weer goed legt.