Slechte politici

IMG_6749

Ooit in een lezing van journalist Dirk Barrez trof mij een zin die me altijd is bijgebleven. Hij had het over het faillissement van het land Argentinië, zoveel decennia geleden (en nu weer bijna…). En zei hij: het ergste wat een land kan overkomen, dat zijn slechte politici…
Ik moet vandaag erg vaak aan dat zinnetje denken. Voor eigen rekening rijdende politici, socialemediapolitici, bullebak- en groftaalpolitici, verborgenagenda-politici, stratego-politici, haatpolitici, verwende rijke politici die politiek zien als hun zoveelste speeltje, kortetermijnpolitici, zondervisiepolitici…
Zijn die er nu meer dan vroeger? Dat weet ik niet. Maar wat ik wel weet, is dat hun zottigheden en hun zichtbaarheid vroeger gefilterd werden door een 4e macht, terwijl ze nu die hindernis kunnen overslaan en twitteren naar hartenlust. En dat hun volgelingen, die vroeger helemaal niets te zeggen hadden, nu kunnen schelden en roepen op diezelfde sociale media. Ook naar hartenlust. Of strategisch als trollen. Als het zo doorgaat, wil straks niemand nog verantwoordelijkheid dragen.

Plooienman

plooien Van Eyck

Van Eyck is een plooienman. De beweging schilderen die in kleren zit, dat moet hem een lust en een kick zijn geweest. Soms staan ze van zichzelf al bijna recht, die kleren. Zijn ze steviger dan de mens die erin zit. Bijvoorbeeld bij de engelen. Engelen zijn van lucht, dus die moeten al iets stevigs om zich hebben, willen ze niet beginnen opstijgen. Maar zelfs als de engel Gabriel bij Maria langsgaat, in die onwaarschijnlijk mooie rode mantel, liggen er plooien in.

Al zijn andere personages, zeker de vrouwen, worden door een weelde van plooien omringd. In Gent kon ik mijn ogen niet afhouden van al dat bewegen. Schilderijen zijn zogezegd dode voorwerpen, maar garde à vous als ze eenmaal hun leven loslaten!

Er is veel meer moois in die expo te zien. Ik noem alleen een kruisdood, klein schilderijtje, gemaakt door iemand uit het atelier van Van Eyck. Zoals Maria daar afgebeeld staat, dat moment van overstromend verdriet, verfrommeld kleed, vertwijfelde handen, zo heb ik haar nog niet veel afgebeeld gezien. Geen ingehouden droefheid, geen verstilde kracht, maar een dijkbreuk…

kruisscene Van Eyck

Mijn vaders vingers

My beautiful picture

Ouwe foto’s hebben een speciale aantrekkingskracht. Ze lijken nog altijd toegang tot het verleden te hebben, terwijl die al misschien vijftig jaar voorbij is en je hoofd al heel veel gedeletet heeft. Een rechthoekje uit toen geknipt en nog altijd kijkend naar toen. En nu mag jij even meekijken. Zwijgen en meekijken, en soms een beetje schrikken. Was ik dat met die dikke snor op zijn gezicht? Oei, was ik die snotjongen?

Ik kwam een foto tegen van mijn vaders vingers en bleef wat langer kijken. Die dunne vingers van hem, ik herinner me niet meer dat hij die had. Heeft hij niet zijn leven lang als boer “gewrocht”? Koeien gemolken, mest uitgevoerd, balen stro gestapeld? Waren zijn vingers dan niet vergroeid met riek en spade en nijptang? Waar is de eelt die ik zou moeten zien? Nu lijken het de vingers van een oud geworden professor, lang en dun en glanzend, met verzorgde nagels. Pianospelende vingers. Vingers om fijne tekeningen mee te maken. Hoeveel andere lichamen bergen we in dat lichaam van ons? Hoeveel keer zijn we zo een andere mens geworden? Niet alleen in de cellen die zich vernieuwen, maar ook in de beelden in ons hoofd? Zelfbeelden, beelden van anderen?

Hij zit te lezen in Pieter Daens van Louis Paul Boon. Het boek boeit hem. Vooral op de figuur van Woeste maakt hij zich kwaad, als hij nadien het boek zit na te vertellen. Als hij vertelt, dan gaan die handen van hem de lucht in…

My beautiful picture

My beautiful picture

My beautiful picture

Beeld & woord

IMG_2784

Ik zit in een vergadering. Een portie vergaderingen is nodig voor een zinvol leven, zo is dat. Iemand aan tafel beweert met klem (een ferme klem…) dat communicatie via het gelezen woord niet meer werkt. Dat we overal beelden nodig hebben. Dat 1 beeld meer zegt dat 1000 woorden. Dat de instagrammers enkel foto’s doorzenden. Iemand naast hem vult aan: dat in de klas van haar vijftienjarige kleindochter slechts twee leerlingen nog een boek lezen…

Wat doet een mens die zijn leven lang leraar Nederlands is geweest met een dergelijke boodschap? Denken dat het allemaal wel meevalt, gezien er nog meer dan genoeg boeken worden gepubliceerd, gezien al die prachtige bibliotheken in dorp en stad (ik moest het hebben van een onnozel parochiebiebje)? Denken dat al die gazetten, al dat internetgesurf, al die ondertitels, al die berichtjes over en weer toch ook een grote hoop leesvoer betekenen?

Of moet ik mij toch zorgen maken? Dat het goede boek geen aandacht meer krijgt, of erger nog, niet meer gepubliceerd raakt? Dat men straks elementaire namen uit de geschiedenis niet meer kent? Dat men oude boeken zal vermalen tot veevoeder, en dat de tweedehandsboekenwinkeltjes zullen verdwijnen? Dat de boekenliefhebbers rariteiten zullen worden over wie men roddelt, zoals men dat doet met volwassenen die nog met treintjes spelen op zolder?

Het was indertijd in de klas al een discussie: toen al klonk er verontwaardiging als ik zei dat een beeld wel kan aanspreken, soms zeer heftig, maar dat je toch woorden nodig hebt om over dat gevoel na te denken. Om het gevoel te kunnen begrijpen: duiden, plaatsen, relativeren, naar waarde schatten. Maar als ik babbelde terwijl er een televisiebeeld achter mij stond, wist ik tegelijk dat ze me niet gehoord hadden. Zo sterk is slokop oog. Slimoor komt altijd achter…

Maar goed dus, meer beeld, en nog meer beeld. Erg is dat niet. De middeleeuwse kerken zijn ook helemaal behangen met fresco’s. Beeld en woord kunnen een schoon koppel zijn… En zolang denkende woorden geen taboe worden, of gecensureerd, zullen een hoop mensen ze ook wel krijgen en lezen. En als er een slimoor bij de leerlingen zit, dan moet zijn leerkracht haar of hem maar een boek geven, of een slim essay.

Rothenburg ob der Tauber

Doorlichting

IMG_4933

Het zijn uitdagende tijden. En daarom heb ik mij eens laten doorlichten. Deloitte & Co waren zo vriendelijk om een junior consultant op mij los te laten.

Maar het ziet er allemaal niet fraai uit. Mijn businessmodel is geen succesverhaal. Ik speel niet in op de markt, ik heb veel te weinig assetmanagment. Mijn machinepark hapert nu en dan, aan predictief onderhoud denk ik niet, de internet of things is aan mij voorbij gegaan. Ik maak niet de switch naar een mindset die kritisch zelfevalueert en renoveert, mijn langetermijnpositie is belachelijk, mijn verduurzamingstraject een schim. Cocreatie nul, kostencompetitiviteit zwak, stakeholders onbestaande. Om nog niet te spreken van een real time condition monitoring, daar is zelfs geen beginnen aan…

In the war for talent ben ik de verliezer, zoveel is duidelijk. De topniche, daar kan ik enkel van dromen.

Meneer, zei de junior consultant met de blinkende tanden, wat u nodig hebt zijn performante oplossingen. Een groot en internationaal netwerk. Energie-efficiëntie & co-financiering. Oplossingen op maat van uw expertise, voluit inzetten op data, maar vanuit een totaal andere configuratie. Een goed uitgewerkt dataverwerkingsplatform, dat soepel omschakelt van reactief naar proactief, van monitoring naar connectiviteit. Focus & change.

Omturnen, zei de jongeman, dat is vandaag het nieuwe normaal geworden. U kan niet achterblijven in deze wereld van ongeziene mogelijkheden. Uw scala verbreden. Op een consistente manier uzelf profileren. Gerelateerde diensten aanspreken. Ecosdesigndenken. Aandacht voor value-added services. Track&trace.

En dan, meneer: uitrollen, dat businessplan. U zal het merken: een groter plus wacht op u. U krijgt een positieve impact. De opportuniteiten lachen u tegemoet. U wordt deel van een innovatieve toekomst. Maatschappelijk verantwoord. Toonaangevend. Dominant. Groeipotentieel, complementariteit, multi-inzetbaarheid. U wordt een totaaloplossing, meneer!

Mij rest nu alleen nog de rekening te betalen. En dan te beginnen…

 

 

Stilleven

IMG_4944

Dit stilleven met emailkannen en klok zag ik in een Engels mansion (zo’n groot uitgevallen herenhuis, van mensen die aan 1 voordeur niet genoeg hebben). Het stond in een hoekje van de kelders waar het eten werd bereid. Maar het geheel had iets heel zorgvuldig schoons over zich, en dat trok mijn aandacht. Dat dikke uurwerk, dat de tijd vasthield op de warmte van de middag. Die kannen, fier als een rijtje vogels met gestrekte hals en bek.

Stillevens bestaan uit dooie dingen die men bijeenzet. Schilders meten er hun kunde in af, bijvoorbeeld hoe goed ze het licht kunnen weergeven in een wijnglas. Fotografen hun spelen met licht en schaduw. Maar Morandi, die zijn hele leven flessen schilderde, mat er aanwezigheid zelf in af: wat is dat toch dat er iets is, dat je dat kunt zien en voelen, en dat dat toch grotendeels in zichzelf besloten blijft. Schilders zijn filosofen soms… Rembrandt schilderde zo vaak zichzelf om dezelfde reden. Of om te zien wat dat is, ouder worden.

Stillevens zijn een kleine bewuste ode aan de dingen. Die verdienen het. Want geef toe, zo wriemelachtig als mensen zijn, zo stil en geduldig en trouw zijn de dingen. Al eens een stoel goed bekeken? Dat bescheiden vertrouwen dat hij jou zal kunnen dragen, straalt er vanaf. Anders gingen we niet zitten, denk ik.

 

Een stoel leren

Van een stoel kun je leren
dat wachten niets afdoet
aan wie je bent, dat er
schoonheid zit in loslaten.
Dat het grootste uitrusten
een ander lichaam is dat
jou even uitproberen, misschien
wel in jou zinken mag.
Dat je alles moet krijgen,
ook het geven, ook dat.

Van een stoel kun je leren
dat ruimte staan is en
zweven tegelijk, bewegen,
nog niet bewegen, niet meer.
Vorm is wat rond je hangt,
vorm is wat naar je kijken
mag, vorm is vergeten
dat je vorm bent geworden
omdat een andere vorm
je daar heeft omarmd.

Van een stoel kun je leren
dat je nooit de enige bent
die is gaan zitten, dat alles
een verhaal is, al waait er nu
wind doorheen en is er
geen dag meer die omkijkt.
Toch: een zucht, thuiskomst,
een korst brood, de verre blik.
Zwijgen is zo diep omdat
het zich zo veel herinnert.