Ontmoetingen onderweg

IMG_3674

We stappen de Kemmelberghelling op. Een serieuze helling is dat. Enkele keren zien we een man met rosse baard en een jongen die wellicht zijn zoon is aan hoge snelheid de berghelling afracen en daarna aan trage, moeizame snelheid diezelfde helling weer oprijden. Halverweg, bij de Franse oorlogsbegraafplaats, de ossuaire, kan ik hem vragen waarom hij dat doet, dat op- en afrijden. Hij heeft, zegt hij, de hoogte van de Mount Everest gedeeld door de hoogte van de Kemmelberghelling, en als hij nu zoveel keer de Kemmelberg oprijdt, dan heeft hij eigenlijk de Mount Everest opgereden. Yes, I know I’m crazy, zegt hij. Zijn zoon zegt niets, hijgt alleen een beetje.

In het militair museum in het kasteel van Vincennes (Parijs) legt een oud-militair met opvallend enthousiasme aan kleinzoon Elias uit hoe een kalashnikov werkt. Vooral het systeem van gasterugvoer, om daardoor makkelijker de volgende kogel weg te schieten, prijst hij. Kan dit geweer ook blokkeren, vraagt Elias, want ik heb er een in plastic die soms blokkeert. Dat is een zeer goede vraag, jongeman, zegt de man, legt omstandig uit hoe dat zit bij dit wapen, en vertelt dat je met een kalashnikov zelfs van onder water kunt schieten. Ja, de soldaat onder water, zijn geweer ook, en toch een doel raken boven het water. Dat vindt Elias dan weer geweldig. 

De vrouw die in het SMAK in het spiegelende glas van een schilderij haar lippen rood stift.

De Zwitser die een half jaar doorbrengt alleen op een boot, aangemeerd aan een van de Bourgondische kanalen. Er is wel een hond bij hem, dat wel. De andere helft gaat hij werken, om dan die ene helft weer alleen op die boot te gaan zitten. Vertelt hij ons met voorzichtige, stille stem.

De vrouw naast ons op de kantelen van het kasteel van Nantes, die ons uitlegt dat de petit-beurre-koekjes van de LU-fabriek die we van hieruit zien, niet zomaar de vorm hebben die ze hebben. Ondertussen breekt ze een pakje open voor haar kinderen en legt ze ons de betekenis uit. De 4 hoeken zijn de 4 seizoenen, de 52 rondjes aan de zijkanten zijn de weken van het jaar, het koekje is 7 cm lang (dagen van de week) en er zijn 24 puntjes in  (de 24 uren in een dag). Tenslotte geeft ze niet alleen haar kinderen maar ook ons een petit-beureke.

Lyon. Twee jonge, goed geklede jonge meisjes, bedelend aan de straatkant…

Hond in de Gentse Bagattenstraat.

Advertenties

Moeder natuur

IMG_0858

Je zal het niet geloven, maar dit oude perenras heet Jefkespeer… Bewaart niet al te lang, maar heeft dubbel zoveel smaak. Ai ai, we blijven maar jefkesperen eten en uitdelen…

En van die kweeperen maakt Lieve dit doorschijnende wonder. Ook een smaakbom, al zeg ik het zelf.

IMG_0859

IMG_0860

 

Drie favorieten

nina simone

Montreux 1976. Nina Simone zingt aan de piano How it feels to be free, kijkt na enige tijd opzij en zegt: “don’t leave me”. Zingt verder: I wish I could share all the love that’s in my heart. I wish I could break all the things that bind us apart. En dan weer tussendoor, gericht tot het publiek: “cause if we ain’t we murder us”, gevolgd door een harde klop op de piano.
Daar word ik stil van. Nina Simone, met die waarlijk uitzonderlijke stem, met haar prachtige pianospel, met haar fenomenale inleving, ook zij heeft nood aan bevestiging, aan nabijheid. Wat een kracht om het dan ook zo onomwonden te vragen… “Oh yeah” zegt ze dan wat later in haar lied, “the spirit’s moving”…
https://youtu.be/5dlrXCYrNYI

dhafer youssef

Dhafer Youssefs met niets te vergelijken stem in Soupir Eternel.
https://youtu.be/eJwSZIajEvI

valentina lisitsa

Valentina Lisitsa: die intense diepte van Bach (Koraalprelude 639, Ich ruf zu dir, Herr) kan zij hier toch wel aanraken, vind ik.
https://youtu.be/tT19lmeMI6c

Lezen en co

IMG_3782-002

Het schoolleven heeft zich weer op gang getrokken. Wat een gigantische prestatie is dat toch, een maatschappij die al die duizenden meisjes en jongens geeft wat hen toekomt. Vertel het maar dat Syrische vluchtelingenmeisje, dat een paar jaar in een Turkse sweatshop moest werken en nu hier bij ons overloopt van blijdschap dat ze elke dag naar school kan. Ik was ooit met leerlingen bij Lydia Chagoll en die zei dat ze in het jappenkamp het meest had geleden onder het feit dat ze niet naar school kon, dat had ze het ergste gevonden, erger dan dat haar moeder geslagen werd of het feit dat ze zo weinig eten hadden. Vertel het al die getalenteerde overgrootouders, die het huishouden moesten doen of de zaak van vader overnemen. Laat een maatschappij daar eerst en vooral eens groot respect voor opbrengen, voor het gigantische werk dat binnen en buiten de klasmuren gebeurt…

Als ervaringsdeskundige verstout ik mij wat tips door te geven tegen de wankele(nde) leesvaardigheid.

1 Ik had een bloemlezing gemaakt van honderden gedichten uit de Nederlandse literatuur, van “hebban olla vogalas nestas” tot de dichters van vandaag. Elke anderhalve maand of zo liet ik de leerlingen daar een gedicht van uit het hoofd leren. Een gedicht naar eigen keuze. Dan volgde wat we noemden toets gedicht: aan de voorkant van een A4’tje het gedicht uit het hoofd opschrijven, helemaal correct, zonder ook maar een komma te vergeten. Aan de achterkant opschrijven waarom ze dat gedicht gekozen hadden. Ik moet zeggen: de leerlingen kozen niet enkel moderne gedichten, maar soms ook eentje uit de Gouden Eeuw van Hooft en Huygens. Plus: ze maakten soms prachtige spontane besprekingen van hun eigen keuzegedicht. Soms ook hele persoonlijke… (Daarom mochten ze ook een gedicht kiezen dat niet in de bloemlezing stond.)

2 Ook een romanlijst had ik gemaakt, vele honderden romans thematisch bijeengebracht. Daar moest regelmatig een keuze uit worden gemaakt: ik hoopte dan, zei ik, dat ze een boek zouden ontmoeten dat hen helemaal zou overrompelen, wegrukken uit tijd en plaats. Die fundamentele leeservaring is de basis voor al het lezen later in het leven en wens je iedereen toe.
Om de zoveel tijd was er dan een toets huislectuur. Dan kregen de leerlingen een blad met twee vragen over de roman die ze gekozen hadden (de titels had ik vooraf opgevraagd, er mocht ook eigen keuze bij, als het maar niet Agatha Christie was bvb) en moesten ze die vragen in de klas schriftelijk beantwoorden tijdens het lesuurtje. Ze mochten hun roman meebrengen en zelfs hun notities tijdens de lectuur.

Een variant: leerlingen kort mondeling hun roman laten voorstellen en evalueren voor de klas, met mogelijkheid tot vragen achteraf van leerlingen en leraar. In beide gevallen vermijd je het vervelende afschrijven van boekbesprekingen online.

Nog een variant: in kleine groepjes een romansoort laten bespreken. Bijvoorbeeld drie oorlogsromans.

3 Elk examen kreeg van mij ook een examenroman. Dat waren enkele (speciaal gekozen) romans waaruit leerlingen moesten kiezen en waarover ze dan een vraag kregen tijdens het examen. Zo eindigde ik het mondelinge examen Nederlands 6de jaar met een lijst van tien meesterwerken uit de wereldliteratuur. Ik moet zeggen: het was voor mij altijd een verademing in dat mondelinge examen niet alleen de leerstofvragen te moeten stellen, maar ook (een soms prima) gesprek te kunnen aanknopen over de gelezen examenroman.

Even erbij zeggen dat ik de lectuur van de leerlingen niet beperkte tot enkel de Nederlandstalige literatuur. Eigenlijk leidde ik hen ook binnen in de wereldliteratuur. Niet alleen in de lessen over roman en drama zelf, maar ook als ik mijn (examen)keuze verantwoordde, of de keuze in de romanlijst. Ooit deed een inspecteur daar wat moeilijk over. Ik zei hem dat de vertaaltraditie in het Nederlands op een zeer hoog niveau staat. Geen probleem daar. En ook geen probleem met wat verder te kijken dan de eigen taal.

4 Ik las zoveel mogelijk zelf voor in de klas. Gedichten, zowel als prozawerk. Vaak hadden de leerlingen dan de tekst bij zich en noteerden ze er de opmerkingen op die ik maakte. Ik heb jaren De Uitvreter voorgelezen van Nescio (het gebeurde dat er ook zo’n verloren lopende jongen of meisje in de groep zat en er zichzelf in herkende). En jaren Het behouden huis (Hermans). Of de hele Reinaert de vos. De roos en het zwijn (Anne Provoost). Of verhalen van Buysse (De biezenstekker! Verkiezing!), van Tjechov, van Stig Dagerman (Een kind doden), enz.

5 Wat mij van het hart moet: ik heb het niet voor die werkschriften Nederlands. Misschien dat die werkboeken hun job doen in de andere vakken, of om te leren schrijven in het eerste leerjaar. Maar voor het vak Nederlands zijn ze nefast. Waarom? Omdat ze niet meer breed leren schrijven en dus ook niet meer breed leren denken. Ik zie dat al die vraagjes beantwoord worden met een paar woorden, soms met een klein zinnetje. Hoe kan je dan een mening leren verwoorden, een redenering leren opbouwen? Het is een Sisyfuskarwei voor de leraar Nederlands, maar eigenlijk zijn de ouderwetse opstellen en verhandelingen nog de beste manier om feiten, gedachten en gevoelens te leren omzetten in geschreven taal. Maar het is arbeid die opbrengt. Ik liep tijdens het verbeteruur verhandeling door de klas en legde voor elke verhandeling individueel uit waarom iets rood had gekregen, wat er schortte in opbouw en stijl enz. Ondertussen brak de rest van de klas het kot niet af.

6 Ik voeg  hier de bloemlezing en de romanlijst bij (wel al lang niet meer aangevuld). Voor wie het interesseren mag.
bloemlezing Nedpoëzie
thematische lectuurlijst

 

Scheve neus

IMG_7220

Bij een misericorde  (man met scheve neus, Monastère Royal de Brou)

Ik heb mijn neus gebroken keer op keer
omdat ik niet goed boksen kan, zozeer
dat ik maar slagen kreeg, het stopte niet
mijn neus is eigenaar van dit verdriet.

Ik laat het zo, er is niets aan te doen.
En trouwens toch, wie gaf mij nog een zoen.
Zo lelijk als ik ben, zo blijf ik dan.
Met scheve neus en blik en nog wat man.

 

Veelvoud

pasen engeland 044

Verjaardagen zijn plezant, mensen kloppen mekaar eens op de schouder, geven een hug of een cadeautje, en dat is alleen maar goed voor de gezondheid van hart en geest. Maar etappes in mijn leven heb ik er nooit in gezien. Nooit treurigheid gevoeld toen ik vijftig, zestig werd, zoals sommigen dat wel kunnen ervaren, alsof er nu een deur achter hen dicht ging, zoiets. Mijn vel wordt ouder, mijn geheugen korter, woorden komen soms moeizamer als ik ze roep. Maar voor de rest ben ik nog dezelfde als zestig jaar geleden, een snotneus in een ouder lichaam.

Verjaardagen lijken rechtdoor te lopen, maar eigenlijk lopen ze grote rondjes. Dit soort tijdsaanvoelen maakt me niet onrustig. Misschien dat het anders wordt mocht ik ooit heel zwaar ziek worden, maar nu zit tijd in mijn hoofd en lichaam zoals elke morgen de morgen opkomt. Elk jaar komt er een jaar bij, maar het is wel dezelfde herfst die straks begint, en daarna dezelfde winter zoals ik er al zoveel heb meegemaakt. En het is datzelfde hart van mij dat mijn bloed ronddraagt. En de grote lucht spoelt mij nog altijd, daar is weinig rechtlijnigs aan. Als er iets ongrijpbaar groot in mij leeft, dan zijn het wel die ontelbaar vele hartslagen die mij rechtop, wakker, springlevend hebben gehouden en houden. Ooit komt er een einde aan, dat weet ik. Maar zoals ik het nu zeg, is het theorie. Als het ooit geen theorie wordt maar tastbare realiteit, hoop ik dat ik tegen dan ook nog kan kijken en denken en misschien een paar woorden bijeenbrengen om er iets van te begrijpen. Qui vivra, verra.

Maar waar ik wel nijdig van word, soms, is de kleine tijd, die als zand door mijn vingers glijdt. Dat het zonder dat je het beseft alweer vrijdag is, daarnet was het toch nog maandag? Dat we alweer september zijn, daarnet vierden we toch oudejaar? Ik sta op ‘smorgens, wrijf mijn ogen uit en denk: ha, een verse morgen. Ik smeer een boterham met confituur (Lieve zegt dat ik confituur eet met boterham), ik kijk de gazet in, ik werk wat in mijn studiehok, ik kijk wat door het raam, en voilà, de glanzende voormiddag zit er alweer op. Tijd om te gaan koken. Ook dat is een lust en geen zware arbeid. Maar ik had toch liever een wat langere morgen gehad. Want als ik niet oplet en niet effe goed kijk, is het avond voor ik het weet.

Goed kijken is de oplossing, inderdaad. Ik probeer mezelf tegen te houden, voor zover dat gaat natuurlijk. Mezelf te wijzen op die bende vogels daar in de lucht, die houden zeker een of andere manifestatie, zoveel zijn het er. En op die onwaarschijnlijke wolkenkleuren achter hen, alle soorten tinten grijs, dat het er zoveel zijn had ik blijkbaar niet beseft. Het doet goed plots iets te beseffen. Zoals ik soms denk: hé, weer ff adem gehaald, en het is gelukt. Of een mooi brood gebakken, van overleven een beetje kunst gemaakt, voor vandaag toch. En in de bibliotheek een sterk boek gevonden.

En nog zoveel meer dat er is. Het doet goed plots te beseffen dat er zoveel is. Veelvoud, het is een woord met een schijn in. Veel vouwen en vouwtjes, gladde en gekreukelde. En ik strijk er een paar aan met mijn vinger, en de kleine tijd vertraagt. Klinkt trager. Altijd gehouden van lange, trage klanken. Ook nu. Het doet goed het veelvoud niet alleen een beetje te zien, maar ook te horen klinken.

Daarom ook schrijf ik deze stukjes. Het zijn, naast fotootjes en wat klanken en gedachten, ook beetjes tijd die ik heb kunnen redden van de voortgang, van de rechtlijnigheid, van het losse zand door mijn vingers. Laten we zeggen dat elk gered stukje een kleine verjaardag is…

Een zee lezen

1-IMG_5520

Een zee lezen

Een zee lezen: eindeloosheid plooien
tot huizen, keien en
een kleed van licht.

Een zee lezen: verte neerlaten
als een wereld aankomt
in je gezicht.

Een zee lezen: overal zijn gebaren,
voor en nadien, en vooral tussenin.
Betekenis roept niet, kijkt enkel op.

Een zee lezen: er zijn geen woorden genoeg
voor het teveel, maar ze zijn eindeloos
dichtbij. Zoals een hart dat klopt.

IMG_3111

IMG_7438

IMG_7439

IMG_7441

IMG_0107

Wimereux

Wimereux